Jacques Charlier : Peintures et objets en tous genres etc

Pour fêter ses 75 printemps, l'artiste liégeois à l'humour ravageur et caustique, qui depuis belle lurette critique les modes et les lois du marché, son système, ses implications, ses changements d'humeurs, ses périodiques engouements et répudiation, a décidé de poser ses valises dans une salle de ventes bruxelloise. Un geste fort, s'il en est ! L'exposition durera une semaine, le temps de nous plonger dans l'univers aussi divers que varié de Jacques Charlier. Car dès l'adolescence, l'insolent a fait le pari insensé d'être un artiste toutes disciplines confondues. Autodidacte doué, il va même décider au début des années soixante, d'illustrer chaque idée qui lui passe par la tête en empruntant le style et le média qui lui convient le mieux. Cette attitude lui vaudra d'être taxé de dilettante, dans un monde où chaque artiste s'évertue à se distinguer des autres en se formatant un style définitif. Cette liberté qu'il prend est dérangeante, perturbante pour le monde de l'art. Ce n'est que dans la durée que cette trajectoire complexe a pu devenir lisible pour un public averti.

Cornette : En installant vos œuvres dans une salle de vente, quelle est votre intention?

J.C.: Une salle de ventes n'est ni une galerie d'art, ni un musée où un espace culturel privilégié. C'est un lieu d'aboutissement d'objets divers chargés d'histoire. Chaque mise aux enchères rassemble ce qui reste sur la plage du temps, quand se retirent les marées de la vie. Les accrochages qu'on y réalise n'ont donc rien à voir des mises en scènes artistiques où tout est aseptisé, isolé, sublimé. C'est la raison pour laquelle s'y opère une certaine cruauté visuelle, une sorte de mise à nu de peintures, de meubles ou d'objets. Ils sont confrontés à un environnement étranger de celui de leur origine sociale et esthétique. Je vais essayer de me confondre à ce mode d'accrochage, de façon à ce qu'on ait l'impression qu'il s'agit d'une vente habituelle. Au départ, tout doit sembler normal.

Cornette : Qu'allez-vous exposer comme genre d'œuvres dans ce contexte particulier ? Pourra-t-on la considérer comme une installation déstabilisante?

J.C.: Accrocher des œuvres les plus différentes possibles, rendre visible cette incessante mutation de styles, de formes, de facture et de supports…… Donner l'impression d'un accrochage de plusieurs artistes, mêlé à des meubles de toutes provenances. C'est aussi l'occasion pour les connaisseurs de s'amuser en se questionnant. A l'opposé de l'installationnisme qui use des trucs et ficelles de l'avant-gardisme habituel, qui ne surprend plus personne.

Cornette : Une série de petits tests sur notre manière de regarder?

J.C.: Oui…. Une espèce de brain-test pictural en quelque sorte. Mes tableaux résultent de scénarios susceptibles de créer le doute ou la connivence. Je me suis même parfois demandé en redécouvrant certaines oeuvres antérieures, si j'en étais bien l'auteur (rires). Mon refus de l'identité unique, m'a permis de prendre du recul sur la fausse logique du système. Je rencontre souvent des amateurs écoeurés par le battage médiatique continu de la post-avant-garde. Je comprends aussi qu'il est dur d'y échapper, vu qu'il a induit la presse spécialisée, l'enseignement et l'ensemble des réseaux culturels. C'est le moment de s'interroger sur cette fuite en avant, organisée par ceux qui voudraient nous faire croire que tout art légitimé par le marché dominant, y compris le moindre courant d'air, est un art promis à l'éternité.

Cornette : Comment imaginez-vous les réactions des visiteurs ?

J.C.: Je montre des choses qui ne sont ni des faux ni leurres. Même si elles posent question, ce sont des œuvres originales dans tous les sens du terme. A chaque idée, le style qui lui convient le mieux. C'est un peu comme des expériences de science amusante (rires). Ce sont ces dérives critiques picturales qui changent à chaque fois le point de vue unique et ouvrent vers d'autres perspectives. J'espère qu'elles apporteront par leur humour, beaucoup de plaisir aux regardeurs avertis.

____________

Jacques Charlier :
schilderijen en voorwerpen van allerhande genres enz.


De Luikse kunstenaar Jacques Charlier heeft een scherp en zelfs bijtend gevoel voor humor en bekritiseert al geruime tijd de trends en de wetten van de markt, het systeem, zijn implicaties, zijn gemoedswisselingen, zijn periodieke bevliegingen en verloocheningen. Om zijn 75 lentes te vieren heeft hij besloten zijn onderkomen te zoeken in een Brussels veilinghuis. Een sterk gebaar, dat mag gezegd worden! De tentoonstelling zal een week lang lopen, de tijd om ons onder te dompelen in de diverse en geschakeerde wereld van Jacques Charlier. Al sinds zijn kinderjaren had deze brutale vlegel het waanzinnige idee opgevat als kunstenaar alle disciplines door elkaar te beoefenen. Als getalenteerd autodidact beslist hij aan het begin van de jaren '60 zelfs om elk idee dat bij hem opkomt, te illustreren volgens de stijl en met de media die hem het best uitkomen. Door die houding wordt hij aanvankelijk beschouwd als een amateur, in een wereldje waarin elke kunstenaar zich uitslooft om zich van de anderen te onderscheiden en een eigen stijl te ontwikkelen. De vrijheid die hij zich toe-eigent is voor de kunstwereld storend, verwarrend. Pas na verloop van tijd werd dit complexe traject begrijpelijk voor een geïnformeerd publiek.

Cornette: Wat was uw bedoeling toen u uw werken in een veilinghuis installeerde?

J.C.: Een veilingzaal is noch een kunstgalerie, noch een museum of een geprivilegieerde culturele ruimte. Het is een plek waar uiteenlopende voorwerpen, elk met hun eigen geschiedenis, uiteindelijk samenkomen. Elke veiling verzamelt wat blijft liggen in de vloedlijn van de tijd, als de getijden van het leven zich terugtrekken. De tentoonstellingen hebben daar dus niets te maken met de artistieke ensceneringen waarin alles steriel, geïsoleerd, gesublimeerd is. Om die reden gaat dat gepaard met een zekere visuele wreedheid, een soort ontbloting van schilderijen, meubelen of voorwerpen. Ze worden geconfronteerd met een omgeving die totaal verschilt van hun maatschappelijke en esthetische plaats van herkomst. Ik zal me proberen schikken naar deze wijze van tentoonstellen, zodat mensen de indruk krijgen dat het gaat om een gewone veiling. Aanvankelijk moet alles normaal lijken.

Cornette: Wat voor werken zal u in die bijzondere context tentoonstellen? Kan men dit beschouwen als een destabiliserende installatie?

J.C.: Zo verschillend mogelijke werken tentoonstellen, deze onophoudelijke mutatie van stijlen, vormen, technieken en dragers zichtbaar maken… De indruk wekken van een tentoonstelling van verschillende kunstenaars, vermengd met meubelen van over de hele wereld. Het is ook een gelegenheid voor de kenners om zich te vermaken door zichzelf in vraag te stellen. Dit in tegenstelling tot het installationisme, dat de trucjes en kneepjes van het gebruikelijke avant-gardisme gebruikt, en niemand meer verbaast.

Cornette: Een reeks korte tests over onze manier van kijken?

J.C.: Ja…. In zekere zin een soort picturale brain-test. Mijn doeken vloeien voort uit scenario's die aanleiding kunnen geven tot twijfel of verstandhouding. Toen ik bepaalde oudere werken herontdekte, vroeg ik me soms af of ik wel de maker ervan was (lacht). Mijn weigering één enkele identiteit aan te nemen, zorgde ervoor dat ik afstand kon nemen van de valse logica van het systeem. Ik ontmoet vaak liefhebbers die ontmoedigd zijn door de onophoudelijke mediahype rond de post-avant-garde. Ik begrijp ook dat het moeilijk is daaraan te ontkomen, omdat die wordt gecreëerd door de gespecialiseerde pers, het onderwijs en de cultuurnetten. Dit is het moment om je vragen te stellen bij deze vlucht voorwaarts, georganiseerd door mensen die ons willen laten geloven dat elke vorm van kunst die wordt gelegitimeerd door de dominerende markt, zelfs de meest futiele stroming, het eeuwige leven is beschoren.

Cornette: Hoe denkt u dat de bezoekers zullen reageren?

J.C.: Ik toon dingen die noch namaak, noch bedrieglijke schijn zijn. Ook al roepen ze vragen op, toch zijn het originele werken in alle betekenissen van het woord. Elk idee krijgt de stijl die er het best bij past. Het is een beetje zoals de experimenten uit de vermakelijke wetenschap (lacht). Het zijn deze kritische beeldende afdrijvingen die telkenmale het unieke standpunt veranderen en de deur openzetten voor nieuwe perspectieven. Ik hoop dat ze dankzij hun humor veel plezier schenken aan de gewaarschuwde kijkers